'n Echte koersfiets deel 1

Deze keer wil ik iets vertellen over racefietsen.

Elk jaar rond de kermis begon het bij mij te kriebelen om dat er die bewuste dinsdag de koers verreden werd. Ik had als 8 of 9-jarige al een keertje meegereden op m’n “gewone” fietsje.  Dat ding was natuurlijk veel te zwaar en had ook een veel te klein verzetje. Op de koop toe moest ik er ook nog voorzichtig mee zijn!!!

Een jaar later – het ding was toen al redelijk versleten – mocht ik er de spatborden en verlichting afdoen. Zo leek het al een stuk meer op een koersfiets. De resultaten weet ik niet meer precies, maar ik was toen nog meer geinteresseerd in de premies (van ons ma, pa , opa, oma en verschillende ooms en tantes).

 Toen ik tijdens een fietstochtje eens op een echte koersfiets mocht rijden van een vriend (ik denk dat het de fiets van Peter Laurijssen was, maar ben niet 100% zeker) ondervond ik dat dit wel heel erg licht trapte. En ik was “verkocht”.

Toevallig hoorde ik van onze Kees dat zijn kameraad Jos van de Sanden (bijgenaamd “de Zwarte Parel”) uit Huybergen een oude koersfiets te koop had voor 25 gulden Er was bij mij nog maar één gedachte. IK MOET DIE FIETS HEBBEN; en even later reed ik op m’n gewone fiets naar Huybergen en kwam ik met twee fietsen terug.

Man man man, wat was dat toch geweldig ik vloog gewoon over de Wouwse wegen. Het was een blauwe met een krom stuur en versnellingen (jaja een derailleur van voor en van achter). Het merk wist ik niet want de letters op het frame waren te ver versleten om ze nog te kunnen lezen. Waar ik ook nog aan moest wennen was het remmen. Ik trapte regelmatig terug en dan gebeurde er niks. Je moest met je handen nijpen!

Een probleem was dat je voor de kermisronde de fiets om moest bouwen tot een “ronde van de Pin-fiets” en met al die nieuwigheden viel dat niet mee. Ik ben toen regelmatig bij Christ Boshouwers geweest om wat dingetjes te laten aanpassen.

Toen ik wat ouder werd en ik iets serieuzer begon te fietsen moest er natuurlijk een nog betere fiets komen. Na veel wikken en wegen ben ik toen bij Jack van de Klundert in Hoogerheide terecht gekomen. Die maakte fietsen op maat . De maten werden genomen en na enkele weken had ik m’n eerste Cobus ( een groene). Ik fietste toen bij de trimmers. Het viel vooral op dat het een erg korte fiets was; als ik de trapper volledig naar voor deed raakte deze ruim de achterkant van het voorwiel. Ik durfde er eerst niet mee door een bocht te rijden, maar het blijkt dat je eigenlijjk plat gaat hangen en dat je bijna niet stuurt. Dat was dus geen probleem. Met die fiets ben ik vrij hard gevallen in de trimmersronde van Wouw door een overstekend kind in een van de laatste bochten. Ik had een kleine voorsprong en verloor zo waarschijnlijk een overwinning. Er was niks te zien aan de fiets, maar je voelde een kleine verdikking onder aan de bovenste liggende buis... een opgereden frame en ik mocht van de verzekering een nieuw frame kopen.

Dat werd dus m’n tweede Cobus, dit keer een blauwe. Hier heb ik heel lang mee gereden. Het was een goede fiets. En hij stond onder goed toezicht......want ons opa sloop dagelijks bij ons de garage binnen om te wegen hoe licht die fiets wel niet was. Daarna kwam dan de (ook) dagelijke vraag: “Hoeveel meter verzet trap je met je fiets”? Waarna we dan samen gingen meten.

Volgende keer vertel ik nog wat verder over dit onderwerp.

Groeten , Jan Hellemons