Kilometers vreten deel 2

Toen  ik bij de trimmers (we noemde dat toen nog “bij de C”) ging rijden moest er echt getraind worden. De koersen waren 40 km lang en dat was toen al een hele afstand. De woensdagavond reden we met een aantal leden van de tourclub toen vaak richting Rilland Bath en Waarde (door de polder van Ossendrecht) endanleek het ook al een beetje op koers. Ik weet dat nog eerder gereden werd op Ouwervelden; het oude parcours van de (KNWU) Ronde van Wouwse plantage. Weer later werd er gereden achter de Wouwse Tol; ik denk dat dat zelfs nog steeds gedaan wordt. Je ziet dat er toch altijd wel een bepaalde avond bestaan heeft waar extra getraind kon worden in groepsverband.

Toendertijd liep ik ook stage bij Hero Nederland BV in Teteringen en 4 van de 5 dagen fietste ik daar naartoe. Als ik dan arriveerde had een laboratoriummedewerkster altijd een bordje Hero-erwtensoep voor me klaar staan. Een keer gebeurde het dat een iets oudere man op een “gewone” fiets bij mij in het wiel ging zitten en ik heb toen gereden of mijn leven ervan afhing maar ik kreeg er die kerel niet afgereden. Nooit geweten wie het was, maar je zelfvertrouwen krijgt daar natuurlijk wel een deuk van.  Ik reed inmiddels bij de junioren en de afstanden waren al 60 km voor de gewone criteriums en 120 km voor de klassiekers.  Nog meer trainen dus...

Met de juniorenploeg van de Zuidwesthoek reden we toen ook nogal eens in België. In een van die meerdaagse wedstrijden moesten we ook een ploegentijdrit rijden. Daar gingen we dus ook op oefenen. Het rondje Ouwervelden; samen met Nico van de Klundert, Jacques van de Poel, Rik Groot en Jan van Dis reden we kop over kop en met Piet van Agtmaal in de auto erachter die ons van alles toeriep. Het ging eigenlijk best wel goed. Toen we in Kontich de ploegentijdrit moesten rijden was ik vrij gespannen. Ik was best wel goed in vorm, maar ik kende het parcours niet zo goed en dat maakte me nerveus. Halverwege twijfelde ik bij een bocht en ik reed bijna de hele ploeg in het ziekenhuis. Uit stilstand moesten we weer optrekken , maar we hadden toch nog een verdienstelijke plaats.

Tegenwoordig probeer ik m’n kilometers te pakken door naar het werk op en neer te fietsen wat neerkomt op een afstand van ruim 70 km (heen en weer). Voor ’s zondags is dit wel voldoende, maar als je een zaterdagrit van meer dan 150 km hebt merk iktoch dat het aan de krappe kant is. Ik moet dus toch weer een manier gaan vinden om aan meer kilometers te komen om zodoende lekker alle ritten met de club mee te kunnen rijden. 

 Ik denk dat het nuttig is om een doel uit te kiezen voordat je aan een fietsseizoen begint en daar met training naartoe te werken. Het doel maakt eigenlijk niks uit. Ik denk bijvoorbeeld aan:

#       ’s Zondags een stuk op kop rijden met een lekker tempo

#       Lange toertocht uitrijden

#       Cyclo Sportieve toertocht rijden binnen een vooraf gestelde tijd

#       Een lange zaterdag tocht uitrijden

Etc.

 Belangrijk is dat je geen slaaf wordt van dit doel; stel het doel niet te hoog zodat je nog plezier hebt. Stel het doel echter ook niet te laag zodat het geen uitdaging meer is.

 De volgende keer gaat het over de koffierit

 Groeten , Jan